Naar de content

Droomt iedereen in kleur?

In dromenland: droombeleving

Rosa Snijders voor NEMO Kennislink

Droom jij vooral in kleur of ook in zwart-wit? Waarom bedenken je slapende hersenen plottwists waar je vervolgens zelf weer van schrikt? En hoe zit het met die hersenspinsels net na de wekker?

27 augustus 2026

Dromen kunnen vreemd, leuk, grappig of eng zijn. Waarom we dromen is niet helemaal duidelijk. Maar dát we dromen wel, en ook dat er soms hele vreemde zaken in gebeuren. Vijf vragen over dromen en hoe we ze beleven.

Hoe kan het dat je soms schrikt in je droom?

“Dromen lijken te ontstaan uit een stroom van herinneringen, emoties, associaties en beelden die tijdens de slaap aan elkaar worden gekoppeld tot een verhaal”, vertelt Annette van Schagen, klinisch psycholoog en senior onderzoeker bij ARQ Centrum’45. “Verschillende hersengebieden dragen daarvoor stukjes informatie aan. Ondertussen zijn de delen van het brein die normaal zorgen voor kritisch nadenken, plannen en reality-checks minder actief. Omdat het droomverhaal niet van tevoren volledig vastligt, kunnen nieuwe associaties ineens opduiken. Het verhaal ontvouwt zich daardoor als het ware terwíjl je het beleeft. Dat verklaart ook waarom je kunt schrikken van iets in een droom, ook al wordt die situatie door je eigen brein gegenereerd.”

“Vergelijk het met overdag schrikken van een plotselinge herinnering of een intrusieve gedachte: ook die komen uit je eigen hoofd, maar kunnen je toch verrassen. Hetzelfde geldt voor woordgrappen, plottwists of schrikmomenten in dromen: je droom wordt wel door je eigen brein gemaakt, maar niet door een centraal, alwetend deel van jezelf dat het hele verhaal kent. Er zit geen scenarioschrijver in je hoofd die precies weet wat er gaat gebeuren. Daarom kun je in een droom nog steeds verrast, ontroerd of bang worden door wat zich afspeelt.”

Droomt iedereen in kleur?

Hoewel het voor veel mensen vanzelfsprekend is, droomt lang niet iedereen in kleur . Mensen die geboren zijn met ‘achromatopsie’ - oftewel zwart-witkleurenblindheid - hebben bijvoorbeeld geen herinnering aan kleur. En dus verschijnt dat ook ’s nachts niet ineens op het netvlies. Maar zelfs mensen die wél kleur kunnen zien, dromen soms in zwart-wit. ‘In een studie uit 1915 droomden slechts 20 procent van de mensen in kleur’, schrijft slaapdeskundige Aurore Roland in haar boek ‘Wat dromen ons (niet) vertellen’.

Media blijken hierin een belangrijke rol in te spelen: ‘Mensen die zowel zwart-wittelevisie als kleurentelevisie hebben gekeken, dromen vaker in grijstinten dan mensen die nooit naar zwart-wittelevisie hebben gekeken.’

Waarom veranderen mensen soms in andere mensen in je droom?

Je kent het vast wel. Je droomt over bijvoorbeeld je baas, maar ze ziet er in je droom uit als je buurvrouw. Toch wéét je dat je je in je droom eigenlijk je baas ‘bedoelde’. Hoe kan dat?

“Bepaalde hersenfuncties werken tijdens je slaap minder goed”, vertelt slaaponderzoeker Aurore Roland. Logisch redeneren is daar een van. Maar ook het hersendeel dat zich bezighoudt met herkenning is in de nacht niet zo actief. “Datzelfde gebied is bij mensen met bepaald type hersenbeschadiging verstoord. Zij hebben bijvoorbeeld nog wel een herinnering aan het concept ‘stoel’ en snappen waar het voor bedoeld is. Maar als ze een stoel voor zich zien, kunnen ze het voorwerp in dat moment niet als dusdanig herkennen.”

“De kennis óver het object is dus eigenlijk losgekoppeld van het object zelf. In je slaap gebeurt dat waarschijnlijk op eenzelfde soort manier: omdat het hersengebied voor herkenning minder actief is, herken je iets of iemand pas in de ochtend voor wat of wie die is. Terwijl je droom er misschien een heel andere betekenis aan gaf.”

Waarom droom je bijna nooit over saaie dagelijkse dingen?

Mensen met een kantoorbaan zitten bijna acht uur per dag achter hun laptop. Volgens de continuïteitshypothese – die stelt dat je droomt over wat je de dag ervoor bezighield – zou je zeggen dat het merendeel van je dromen dan ook daarover zou moeten gaan. Toch droom je er bijna nooit over. Net als tandenpoetsen, naar de wc gaan of een boterham smeren. De Amerikaanse psycholoog George Domhoff nuanceerde de theorie daarom ook. Volgens hem komen alleen onze zorgen en interesses terug. Ben je zwanger, dan zul je bijvoorbeeld vaker dromen over zwangerschap en baby’s, en zit je op school, dan zul je vaker dromen over toetsen.

Overigens is het, net zoals bij ieder droomonderzoek, onmogelijk om vast te stellen of je ergens níet over droomt. Het kan dus ook zo zijn dat we wél over deze alledaagse dingen dromen, maar ze simpelweg niet herinneren. Mocht dat zo zijn, dan is de reden dat we ze niet herinneren waarschijnlijk wel dezelfde: een boterham smeren is over het algemeen namelijk gewoon niet zo interessant of emotioneel beladen.

Waarom droom je zo raar ná je wekker?

Je ligt lekker in bed als ineens de wekker gaat. Je drukt op snooze: nog vijf minuutjes. Wanneer de volgende wekker klinkt, ben je duizend avonturen verder. Die vreemde dromen komen doordat je slaapcycli er gedurende de nacht steeds wat anders uit gaan zien.

Iedere nacht bestaat uit zo’n vier tot zes slaapcycli van zo’n anderhalf tot twee uur. Binnen één cyclus komen een aantal slaapfases voorbij: lichte slaap, diepe slaap en REM-slaap. Hoe lang je in iedere slaapfase zit, verschilt door de nacht heen. In het begin van de nacht breng je relatief veel tijd door in je diepe slaap. Een fase waarin je lichaam zich vooral ontspant, en herstelt. Hoe verder de nacht vordert, hoe meer tijd je spendeert in de lichte slaap en in de REM-slaap.

Het is die REM-slaap die verantwoordelijk is voor je meest absurde dromen. Deze zijn vaak ook agressiever en hebben meer intense emoties vergeleken met de dromen die je eerder in de nacht tijdens je diepe slaap hebt. Voeg een wekker toe die je midden in die absurde droomfases stoort, en het is ineens heel logisch dat je specifiek deze vreemde dromen in de ochtend niet alleen hebt, maar vooral zo goed onthoudt.

Bronnen:

Murzyn, E. (2008). Do we only dream in colour? A comparison of reported dream colour in younger and older adults with different experiences of black and white media. Consciousness and cognition, 17(4), 1228-1237. https://doi.org/10.1016/j.concog.2008.09.002

Schwitzgebel, E. (2002). Why did we think we dreamed in black and white?. Studies in History and Philosophy of Science Part A, 33(4), 649-660. https://doi.org/10.1016/S0039-3681(02)00033-X

Bentley, M. (1915). The study of dreams: A method adapted to the seminary. The American Journal of Psychology, 26(2), 196-210. https://doi.org/10.2307/1413249

Roland, A. (2024). Wat onze dromen ons (niet) vertellen. Owl Press.