We moeten anders met onze grondstoffen omgaan. Maar met duurzamer beton of afbreekbaar plastic alleen, komen we er niet. We zullen als mens anders moeten gaan consumeren en produceren.
Als consument staan we constant bloot aan verleiding. Of het nu gaat om die flitsende nieuwe iPhone die net uit is, of die spotgoedkope merkkleding in de uitverkoop: de druk om te consumeren is overal. We zijn gewend geraakt aan een lineaire economie waarin producten worden ontworpen voor een kortstondig leven, om na een paar jaar - of soms zelfs maanden - direct weer op de afvalberg te belanden. Het repareren van een kapot apparaat voelt vaak als een onbegonnen of onbetaalbare klus, waardoor we sneller geneigd zijn ‘dan maar weer een nieuwe te bestellen’, online.
Maar deze honger naar ‘nieuw’ heeft een schaduwzijde die we niet langer kunnen negeren. Onze grenzeloze consumptiedrang put de aarde langzaam maar zeker uit; we verbruiken simpelweg meer grondstoffen dan de planeet kan regenereren. De materialentransitie waar we middenin zitten, vraagt daarom om meer dan alleen technische innovaties; het vraagt om een fundamentele verschuiving in ons eigen gedrag. We moeten de stap durven zetten van ‘bezitten’ naar ‘gebruiken’, van blind kopen naar bewust weigeren, en van weggooien naar hergebruiken, repareren of tweedehands aanschaffen.
Hoe kunnen wij als consument die cirkel doorbreken? Ellen van der Werff, adjunct hoogleraar omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, doet onderzoek naar wat ons drijft om écht duurzaam gedrag te vertonen.

In de gemiddelde winkelstraat struikel je soms over de uitverkoopborden: we worden constant verleid tot consumeren.
Donald Trung Quoc Don, CC-by-sa 4.0 via Wikimedia CommonsAls consument kan je invloed hebben door je eigen consumptiegedrag te veranderen. “Minder consumeren heeft altijd de meeste impact”, zegt Van der Werff. Je kunt bijvoorbeeld minder nieuwe kleding kopen of geen eigen auto kopen. Of slimmer omgaan met een product, bijvoorbeeld door een herbruikbare beker te gebruiken in plaats van een wegwerpbeker. Daarnaast kan je spullen zo lang mogelijk gebruiken en uiteindelijk recyclen.
Bereidwilligheid
PhD-student Julia Koch heeft samen met Van der Werff en anderen onderzocht welke circulaire gedragingen de meeste potentie hebben. Ze onderzocht hoe goed bepaalde gedragingen voor het milieu zijn, maar ook de bereidheid van mensen om dit daadwerkelijk te doen. Dat laatste is volgens Van der Werff van belang voor beleidsmakers. “Als je als beleidsmaker gedrag wilt veranderen, dan kun je je het beste richten op gedragingen waar nog veel te winnen is. Gedragingen die mensen nog niet doen, maar wel zouden willen doen.” Door weinig vlees te eten zou je een grote positieve impact kunnen hebben op het milieu, maar weinig mensen zijn bereid om dit te doen. De bereidheid van mensen om de levensduur van producten te verlengen - bijvoorbeeld door te repareren - ligt een stuk hoger.
Mensen hebben verschillende redenen om wel of niet duurzaam gedrag te vertonen. Geld is een belangrijke barrière. Sommige duurzame opties zijn gewoon duurder. We willen ook niet te veel moeite steken in verduurzaming. Spullen repareren is op dit moment vaak lastig of zelfs onmogelijk. Volgens Van der Werff kan de overheid hier ingrijpen door die barrières weg te halen. Zo heeft de Europese Unie nu regels opgesteld om repareren aantrekkelijker te maken voor producenten en consumenten. Producenten zijn nu verplicht om producten te repareren zolang dat kan. Producten moeten dan ook zo gemaakt worden dat het mogelijk is om ze te repareren. Als consument heb je dus recht op reparatie wanneer een product stuk is.
Maar er is meer nodig om gedrag te veranderen. “Als je kijkt naar wat mensen echt motiveert om hun gedrag te veranderen, zien we dat het er meer om gaat of iets bijdraagt aan het milieu.” Van der Werff ziet zelfs dat dit verbonden is met je identiteit. “Als je jezelf ziet als milieuvriendelijk persoon, dan ga je je ook sneller milieuvriendelijker gedragen.” Daar kunnen beleidsmakers ook op inspelen, legt van der Werff uit. “We zien dat het werkt als je benadrukt dat mensen al duurzaam bezig zijn, dus dat ze bijvoorbeeld hun afval scheiden of dat ze regelmatig met de fiets gaan. Dit kan weer verder duurzaam gedrag stimuleren.”
Circulair burgerschap
Behalve zelf duurzamer consumeren kan je ook op andere manieren invloed uitoefenen. PhD-student Isabel Pacheco noemt dit ‘circular citizenship’, ofwel circulair burgerschap. Je kunt andere mensen om je heen aansporen om minder spullen te kopen. Van der Werff noemt als voorbeeld: “Als je Sinterklaas gaat vieren en tegen je familie zegt: laten we allemaal tweedehands cadeaus kopen.” Je kunt ook proberen invloed uit te oefenen op de overheid. Dit kan natuurlijk door te stemmen, vertelt Van der Werff. “Maar je kunt ook contact opnemen met iemand in jouw gemeenteraad, om te vragen of er een deelauto kan komen in de buurt.” Hiermee kun je invloed hebben op duurzaam beleid.

Eigenlijk zou dat (weer) de nieuwe standaard moeten worden: producten die wél reparabel zijn, zoals een Fairphone of de laptops van Framework.
Ogidya, CC-by 4.0 via Wikimedia CommonsEen laatste doelgroep zijn bedrijven. Je kunt natuurlijk bedrijven boycotten die niks doen aan duurzaamheid. Of juist je spullen kopen bij bedrijven die wel proberen hun producten zo duurzaam mogelijk te maken. Fairphone maakt bijvoorbeeld smartphones met zoveel mogelijk duurzame en eerlijke materialen en je kunt alle onderdelen van de Fairphone vervangen. Voor kleding kan je kijken of het een EU Ecolabel heeft; dit is een kledingkeurmerk van de Europese Unie.
— Ellen van der Werff
Werk je zelf bij een bedrijf? Dan zijn er manieren om van binnenuit dingen te veranderen, aldus van der Werff. Misschien kan de inkoop binnen je bedrijf duurzamer, of kan je proberen de kantine te verduurzamen. “Ik denk dat het heel belangrijk is dat je als organisatie laat zien dat je daarvoor openstaat en dat stimuleert”, zegt van der Werff over de bedrijven zelf. “Ons eigen onderzoek laat zien dat wanneer je als organisatie uitstraalt dat duurzaamheid belangrijk is, medewerkers ook eerder milieuvriendelijker handelen.”
De materialentransitie vraagt dus niet alleen om nieuwe, betere materialen; het vraagt ook om gedragsveranderingen. Bedrijven moeten circulair produceren en de overheid en de wetenschap kunnen dit aanjagen. Maar uiteindelijk moeten wij als consument ook veranderen. Om te beginnen door wat vaker de uitverkoop links te laten liggen of een jaartje langer te doen met je oude telefoon.
Groen maken
Je huis, auto, elektrische apparaten, kleding of plastic verpakkingen; het wordt allemaal gemaakt van materialen die eigenlijk niet zo duurzaam zijn. Tegelijkertijd gooien we, vaak zonder er lang bij stil te staan, spullen weg als we ze niet meer nodig hebben. Steeds meer wordt duidelijk dat we anders moeten gaan produceren en consumeren. In deze serie onderzoeken we aan de hand van een aantal concrete voorbeelden hoe het beter kan.

