Uitvaarten worden steeds persoonlijker en groener. Onderzoeker Brenda Mathijssen ziet hoe mensen ook na hun dood iets willen betekenen: voor nabestaanden, de natuur of zelfs de wetenschap.
“Als je kijkt naar de ontwikkelingen in het reguliere uitvaartland dan springen er de afgelopen vijftig jaar twee dingen echt uit: do it yourself en keep it personal,” vertelt Brenda Mathijssen. Als universitair hoofddocent aan de Faculteit Religie, Cultuur en Maatschappij aan de Rijksuniversiteit Groningen doet ze al meer dan tien jaar onderzoek naar de menselijke omgang met sterven, dood en rouw.
“In toenemende mate zijn mensen die hun eigen begrafenis of die van een dierbare plannen, zelf gaan bepalen hoe die uitvaart eruit moet zien. Dat begint eerst met een aantal excentriekelingen, begin jaren tachtig, en uiteindelijk wordt dat mainstream. Eigenlijk is tegenwoordig elke uitvaart in Nederland een persoonlijke begrafenis. Daarbij staat de overledene centraal; zijn of haar leven wordt gevierd.’’
“Daarnaast zijn mensen zelf veel meer gaan doen rondom een uitvaart. Dus niet langer de professional is in the lead, maar mensen bepalen zelf hoe het eruitziet, wie er spreekt en waarover het gaat. De keuzemogelijkheden zijn enorm toegenomen.’’
Eeuwige grafrust
Een belangrijk kenmerk van begraven in deze tijd is volgens Matthijssen de wens om – ook na de dood – nog je steentje bij te willen dragen: “Dat idee, is superfundamenteel geworden in de uitvaartcultuur in Nederland. Je ziet het bijvoorbeeld aan de wachtlijsten voor het ter beschikking stellen van een lichaam aan de wetenschap: daar is meer aanbod dan dat er naar vraag is. Dat is niet alleen maar onbaatzuchtig. Het draait ook om het idee dat jijzelf nog betekenis hebt. Niet ergens ver weg, maar heel concreet, hier op aarde. Ik noem het wel eens het Hiernumaals.”
Duurzaamheidskwesties spelen daarbij een rol, maar zijn eerder een mooi meegenomen bijzaak. “Bij onderzoek naar uitvaarten vroegen we ons heel lang af: voor wie doe je het? Is het voor God, is het voor de overledene zelf of is het voor de nabestaanden? Daar is nu een vraag bijgekomen: wat doet een uitvaart voor de planeet, het milieu? In plaats van een uitvaart die uitstoot en afval oplevert, hopen mensen juist iets positiefs achter te kunnen laten. Vaak in de vorm van natuur. Je ziet die wens sterk bij natuurbegraven, wat de laatste jaren sterk in opkomst is.”
Bij een natuurbegrafenis wordt een lichaam in een kist, mand of wade van uitsluitend afbreekbare materialen in een natuurlijke omgeving begraven. Er zijn geen grafmonumenten en in tegenstelling tot een normale begraafplaats is er 'eeuwigdurende grafrust.’ Dat betekent dat een lichaam niet, zoals op een normale begraafplaats, na tien jaar wordt herbegraven, tenzij nabestaanden opnieuw voor een periode huur betalen. Door te kiezen voor een natuurbegrafenis wordt je lichaam dus onderdeel van een stuk natuur en help je ook garanderen dat natuur er de komende tijd zal zijn.
“Natuurbegraven heeft minder klimaat- en milieubelasting dan regulier begraven of cremeren. Maar uit ons onderzoek blijkt dat die duurzaamheid niet de belangrijkste reden is om ervoor te kiezen. Het gaat mensen vooral om het idee van teruggaan naar de natuur, iets teruggeven – in de vorm van je lichaam dus – en een deel worden van de natuur. Nabestaanden vinden dat ook een mooi aspect.”
Klassieke angsten
Maar er is nog een belangrijke reden waarom mensen voor natuurbegraven kiezen: ze ervaren een sterke afkeer bij traditioneel begraven en bij cremeren. “Technisch, kil, te snel, te hard. Dat zijn allemaal termen die mensen gebruiken voor cremeren. Bij traditioneel begraven gaat het over de starheid van grafzerken in een rijtje en de sfeer op traditionele begraafplaatsen waar mensen niet graag komen. En daarnaast noemen mensen ook de klassieke angsten rondom begraven en cremeren: de claustrofobie van een graf, om opgegeten te worden door wormen – ook al gebeurt dat in het echt niet. En bij crematie is er nog angst voor het vuur.’
“Vanuit die gedachte, gecombineerd met die vraag naar keuze en het individu, komt die vraag naar nieuwe uitvaarttechnieken op. We noemen dat ‘vermijdensmotivatie: iets doen met als primaire reden om iets anders, iets naars, te vermijden.’’
Een postmoderne laatste rustplaats
De ideeën over duurzaamheid en opgaan in de natuur vormen ook de motivatie achter twee nieuwe uitvaartmethoden die nu nog niet legaal zijn, maar waar hard voor gelobbyd wordt: humaan composteren en resomeren. Vooral bij humaan composteren, waarbij een lichaam in korte tijd wordt verteerd door micro-organismen en in vruchtbare aarde verandert, speelt volgens Mathijssen het gevoel weer op te gaan in de kringloop van het leven.
“Die wens, om terug te gaan naar de natuur, kan worden gezien als een postmoderne reactie op het naoorlogse modernisme dat in uitvaarten had postgevat. De dood was in die jaren iets medisch en technologisch geworden. Verbonden met klinische locaties, ziekenhuizen of verzorgingstehuizen, en het geheel was sterk geprofessionaliseerd. Voor de buitenwereld bleef het sterven grotendeels onzichtbaar en het deel dat wel zichtbaar was, was een clean, opgepoetst beeld.”
Bij resomeren speelt het opgaan in de natuur minder, omdat daarbij het lichaam in een machine wordt opgelost tot een vloeistof die veilig via het riool kan worden weggespoeld. “Resomeren versterkt dus juist dat technologische, modernistische karakter waartegen natuurbegraven en humaan composteren zich afzetten. Het positieve aspect zit hem erin dat het schoon en efficiënt is – het duurzaamheidsaspect. Al gaan er in het buitenland ook stemmen op om het ‘affluent’, de vloeistof waarin een lichaam dus is opgelost, ook als kunstmest te gebruiken. Dat zou een manier kunnen zijn om ‘bij te dragen’ na je dood: als voedingsstof voor planten. Daarin lijkt het sterk op humaan composteren, want daar wordt je lichaam omgezet in vruchtbare aarde.”
Omgeven door ongemak
Of resomeren en humaan composteren in de toekomst wettelijk worden toegestaan, is vooralsnog onzeker. Maar los van de onzekere wettelijke status ontwaart Mathijssen ook een maatschappelijke weerstand om de dood voor nuttige doeleinden in te zetten.
“Crematoria gebruiken bijvoorbeeld veel energie. Er zijn stemmen opgegaan om iets met de restenergie daarvan te doen. En waarom niet? Warmte is gewoon warmte. Kun je daar bijvoorbeeld een gedeelte van de omliggende wijk mee verwarmen? Maar in onze onderzoeken zien we dat mensen daar heel veel problemen mee hebben. Er zit blijkbaar toch iets viezigs aan de dood dat mensen maar moeilijk naast zich neerleggen, ook al gaat het om iets abstracts als restwarmte.”
“Je ziet iets vergelijkbaars rond humaan composteren. Bij die techniek verwordt het lichaam tot aarde, iets waar je planten in kunt laten groeien. Maar mensen hebben er best moeite mee als je voorstelt om daar bijvoorbeeld aardbeien in te laten groeien. Ik voorzie dat daar het laatste woord nog niet over gezegd is. Ondanks al dat persoonlijke omarmen van de dood en goed willen doen, blijft de het onderwerp in maatschappelijke discussie nog steeds omgeven door ongemak.”
Na de dood
Hoe we omgaan met de dood verandert mee met de samenleving. In deze serie lees je over nieuwe uitvaartvormen, duurzame keuzes en de ideeën en gevoelens die daarachter schuilgaan. Wat zeggen resomeren, natuurbegraven en humaan composteren over hoe we nu én straks afscheid nemen?


