Naar de content

Topsport achter een computerscherm

Over stress, focus en presteren in e-sports

Vanni Soru voor NEMO Kennislink

E-sporters moeten urenlang scherp blijven, razendsnel beslissingen nemen en omgaan met hoge prestatiedruk. Wat vraagt professioneel gamen van lichaam en brein?

26 augustus 2026

Twee torenhoge opblaassoldaten staren dreigend de zaal in, geweer in de hand. Het scherm tussen hen overheerst alles. Vanaf het balkon lijkt het podium en de nissen vol computers daaronder piepklein, ver weg. Dan lopen de gamers een voor een het podium op en gaat het publiek los: het Turkse Aurora knoopt hier in de kwartfinales de strijd aan met Vitality, de absolute topfavoriet voor de titel op het BLAST Open CounterStrike 2-toernooi in Rotterdam.

De teams van Vitality en Aurora – allebei vijf man – moeten om beurten proberen een bom af te laten gaan, of juist te ontmantelen. Hun virtuele soldaten rennen op hoge snelheid door mediterrane steden en felverlichte fabriekshallen. Soms duurt het lang. Soms is een potje binnen dertig seconden voorbij: Vitality dwingt Aurora in een nauwe passage en jaagt een kogel in elk digitaal lijf dat ook maar een seconde te zien is. Het oogt chaotisch, maar het is tactisch. Deze e-sporters, competitieve gamers, moeten urenlang scherp zijn.

Presteren

“Zodra het spel begint valt alles weg. Het enige waar ze nog mee bezig zijn is presteren”, zegt sportwetenschapper Oliver Leis, verbonden aan de universiteit van Leipzig. “Vaak kunnen ze niet eens uitleggen wat er in hun hoofd omgaat als de competitie start. Ze weten alleen nog wat ze voor en na een game precies dachten.” Leis is al jaren geboeid door de psychologie van het competitieve gamen, ook bekend als e-sports. E-sports is een brede term die vele disciplines in zich draagt, van teamgebonden schietspellen tot bijna schaakachtige denksporten.

De hele dag gamen, dat is toch geen sport, lachen outsiders. Maar de eisen die aan competitieve gamers gesteld worden, zijn niet veel anders dan die voor niet-digitale sporten, zegt Leis. “De verwachtingen die je van jezelf hebt als speler, je coaches, je fans, die zijn hetzelfde. Bij teams komen er dan ook nog problemen bij met communicatie, interne kritiek en de druk die je voelt als je prestaties in het openbaar worden beoordeeld.”

“Het is intens, zeker op het hoogste niveau”, zegt ook Anne Banschbach, hoofd van het e-sportsprogramma van Counter-Strike-maker Valve en voormalig directeur van Vitality. “Spelers herinneren zich alleen de laatste keer dat ze wonnen; als ze verliezen, zijn ze een loser.” Toch is het spel zelf niet de grootste bron van druk. Zeker het vele reizen, soms 200 tot 250 dagen per jaar, speelt jonge e-sporters parten, ziet ze. “En het is veranderlijk, spelers weten nooit of ze de volgende week nog in het team zitten. Er zijn geen vaste momenten in het jaar waarop spelers geruild kunnen worden.”

Cognitieve stress

De vijf mannen van Vitality, op het podium nog altijd gebogen over hun computers, hebben het makkelijk op de avond van hun kwartfinale tegen Aurora. Ze moeten 13 uit 24 ronden winnen; binnen tien minuten staat de teller op 5. Maar ergens lijkt er bij de tegenstander iets te klikken. De rookgranaten vliegen door de straten. Vitality kan niks meer zien. Met gerichte schoten sneuvelt de laatste soldaat: 5-1. De gezichten van de Turkse spelers van tegenpartij Aurora blijven strak.

De stress die e-sporters tijdens een wedstrijd opbouwen, kan nergens heen: ze blijven in die stoel zitten

— sportwetenschapper Oliver Leis

“Ik vermoed dat ze een spoedoverleg hebben gehad”, speculeert Leis. “Als ze hun doelen aanpassen en hun strategieën aanpassen, kunnen ze met een nieuwe mindset terug in het spel komen.” Op zo’n moment telt alleen wat er op dat moment in het spel gebeurt, beklemtoont Leis. Maar zoveel verliezen achter elkaar heeft wel een psychologische impact. “Als een e-sporter zich rot voelt over hoe hij presteert, kunnen de prestaties ook slechter worden.”

Cognitive load

Niet onvoorspelbaar, maar aan een digitale sport kleven daarnaast unieke psychologische problemen. “Games worden continu geüpdatet", zegt Leis. Een geweer dat de ene dag heel krachtig is, wordt de volgende dag misschien zwakker gemaakt. Een e-sporter moet die informatie tot zich nemen en zich aanpassen, anders kiest hij tijdens een belangrijke wedstrijd misschien het verkeerde geweer. “De regels van het spel veranderen continu. Dat maakt e-sports moeilijk te vergelijken met andere sporten.”

Het zorgt allemaal voor meer ‘cognitive load’, een term uit de psychologie die slaat op de hoeveelheid informatie die een mens op enig moment moet verwerken. Die ligt erg hoog voor e-sporters. Hoe meer ze oefenen en met competities bezig zijn, hoe hoger de belasting. Volgens Anne Banschbach is een werkdag voor een Counter-Strike-speler gemiddeld 6 tot 7 uur, maar kan een game als League of Legends misschien wel om 11 of 12 uur training per dag vragen.

“Naast die cognitieve belasting is het fysieke element anders dan in veel andere sporten”, zegt Leis. “Het zorgt ervoor dat e-sporters geen fysieke ontlading kunnen hebben. De stress die ze tijdens een wedstrijd opbouwen, kan nergens heen: ze blijven in die stoel zitten.”

Zeker het vele reizen, soms 200 tot 250 dagen per jaar, speelt jonge e-sporters parten.

iStock, Pressmaster

Opstaan en rondlopen

Tegelijkertijd is fysieke training juist ook onderdeel geworden van de voorbereiding, vertelt Anne Banschbach. “De professionele gamers van nu hebben personal trainers en nutritionisten. Je cognitieve functies zijn immers afhankelijk van of je drie keer per dag eet, of je elke dag je duizenden stappen zet.”

Ze tikt af: niet te veel cafeïne, genoeg water drinken. “Ze drinken veel sportdrankjes op het podium. Niet voor de lol, maar omdat je veel zweet tijdens een wedstrijd, je hersenen hebben elektrolyten nodig.” Sommige spelers doen zelfs fysieke warm-ups voor een wedstrijd. Met een tennisbal, bijvoorbeeld, om de reflexen te trainen. “Spelers scoren op reflextijd net zo goed als Formule 1-racers. En e-sporters moeten dat dus soms zeer lang volhouden voor de computer.”

Trainingsfaciliteiten

Aurora en Vitality zijn professionele teams. Ze hebben toegang tot trainingsfaciliteiten en bouwen structuur in. Maar neem je zelfs maar een stapje terug, naar de divisies net onder dit topniveau, dan verdwijnt alle ondersteuning, zegt Leis. “Zelfs spelers die op weg zijn naar het professionele niveau werken vaak zonder coach of andere ondersteuning en baanzekerheid ontbreekt.” Er is niet, zoals bijvoorbeeld in het amateurvoetbal, een club die junioren opleidt.

“Omdat e-sports nog vaak niet als legitieme sport worden gezien, ontbreekt die structuur”, zegt Leis. “We zien dat dat het moeilijker maakt voor e-sporters, zeker aan het begin van hun carrière, om nog enige balans tussen hun leven en hun sport te houden.”

Jong vakgebied

En dan krijg je dat stereotype beeld van de jonge gamer die niet achter zijn computer vandaan wil komen. “Zonder ondersteuning kunnen ze zichzelf soms niet ‘uit’ zetten.” De overgang naar het professionele circuit is daarom vaak een schok voor amateurgamers. “Ze hebben regelmatig moeite om een vertrouwensband op te bouwen met coaches, andere spelers en ondersteunende professionals zoals psychologen.”

Omdat e-sportsseizoenen kort maar intensief zijn, komen teams er soms niet aan toe om deze jonge spelers te helpen. Ze raken met zichzelf in de knoop. “Ze moeten in een professioneel team ineens manieren aanleren om hun emoties te reguleren, om te luisteren, om te kunnen presteren”, zegt Leis. Teams die meer investeren in ondersteuning – coaches en managers, maar ook psychologen – doen het vaak beter. Hetzelfde geldt voor spelers die al binnenkomen met goede discipline, emotionele regulering en eetgewoonten.

Of er veel burn-out is, durft Leis niet te zeggen: er zijn indicaties dat het een probleem is bij e-sports, maar de e-sportpsychologie is nog een jong vakgebied, benadrukt hij. “Het lijkt erop, maar we weten nog te weinig.”

Esports

Spelers die binnenkomen met goede discipline, emotionele regulering en eetgewoonten doen het vaak beter.

Magnific.com, magnific

Aurora scoort nog vier keer. Het is niet genoeg om te winnen. Wel genoeg om het hoofd hoog te houden, wanneer ze langs de pers het strijdgebied uitlopen. Ze willen niks zeggen. Met hun ogen gericht op de vloer zijn ze duidelijk in gedachten al lang ergens anders.