Doordat veel techbedrijven meerdere diensten aanbieden, kun je haast niet meer om ze heen. Europa probeert die macht in te perken en misbruik te voorkomen. Zo moeten kleinere spelers een kans krijgen.
Misschien valt het je al niet eens meer op: als je WhatsApp opent, krijg je soms niet gelijk je chats te zien, maar een openingsscherm, terwijl het programma op de achtergrond wordt geladen. ‘From Meta’ staat er dan onderin. Slechts twee woordjes, maar een wereld van verschil met de status van het chatprogramma voordat het in 2014 door Meta (toen nog Facebook) werd aangekocht. Met 19 miljard dollar was het de grootste aankoop ooit van het Californische bedrijf.
Het heeft Meta geen windeieren gelegd, maar helemaal geruisloos is de aankoop ook niet verlopen. In 2020 klaagde de Amerikaanse mededingingsautoriteit, de FTC, Meta aan vanwege de aankoop van WhatsApp en Instagram: had het de concurrentie daarmee uitgeroeid? Eind dit jaar oordeelde de rechter dat dat niet voldoende was aangetoond. Silicon Valley haalde opgelucht adem: het overnemen van concurrerende bedrijven werd als riskant gezien, maar door deze uitspraak kan de expansiedrift van de techbedrijven weer vrolijk verder gaan. Ook de Europese Commissie had de aankoop van WhatsApp door Facebook onderzocht. De Commissie legde Facebook een boete op, omdat het bedrijf misleidende informatie had gegeven. Facebook zou de gebruikersprofielen van WhatsApp en Facebook niet aan elkaar koppelen, omdat dat technisch niet zou kunnen. Maar dat deed het bedrijf toch. Facebook heeft daarna een boete gekregen voor het liegen daarover, maar niet voor de fusie zelf.
De Europese Commissie had strenger in de wedstrijd mogen zitten
“De Commissie is daarin best naïef geweest”, stelt Inge Graef, universitair hoofddocent mededingingsrecht aan Tilburg University. “Achteraf gezien had ze wat strenger in de wedstrijd mogen zitten.” Nu, ruim tien jaar verder, is het Europese mededingingsbeleid wel wat volwassener geworden. “Bij een fusie gaat de Commissie nu meer in de diepte: waarom is deze fusie nodig en welke invloed heeft die op de markt?” Bovendien heeft de Europese Commissie er een instrument bij gekregen: de Digital Markets Act (DMA).
Machtsmisbruik
Waarom is de omvang van Big Tech, momenteel de grootste bedrijven ter wereld, eigenlijk een probleem? Graef: “Het bestaan van een monopolie is op zichzelf geen probleem onder de Europese mededingingsregels. Denk aan de NS, maar ook het feit dat Google meer dan 90 procent van de zoekmarkt heeft, is niet per se problematisch. Het gaat erom of je misbruik maakt van die positie.” Dat deed Google op een zeker moment, doordat het zijn dienst Google Shopping voorrang gaf in de zoekresultaten. De Europese Commissie legde Google daarom een boete op.
“Het mededingingsrecht draait erom dat je een gelijk speelveld creëert op de markt”, aldus Peter van de Waerdt, universitair docent technology law en mededigingsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Stel dat Albert Heijn Jumbo zou overnemen en dat Albert Heijn de enige plek is waar je melk kunt kopen. Dan kan Albert Heijn lekker de prijs verhogen. Daar zijn we dan allemaal de dupe van. In het geval van Big Tech betaal je niet direct, maar kan een monopolist bijvoorbeeld meer advertenties tonen. Dat vind je heel irritant, maar dat maakt niet uit, want er is toch geen alternatief. Daarmee betaal je indirect.”
Daar komt nog eens bij dat de macht van Big Tech zich niet beperkt tot de economie. Hoewel de olie-industrie ook zeer machtig is, en daarom ook wel Big Oil wordt genoemd, is er bij Big Tech meer aan de hand, stelt Graef. “Big Tech is steeds meer verweven met ons dagelijks leven. Dat zag je bijvoorbeeld tijdens de coronacrisis, toen Apple en Android de enige spelers bleken die in staat waren covid tracing-apps mogelijk te maken.” Volgens Graef heeft Big Tech momenteel drie vormen van macht: over markten, individuen en de samenleving. De marktmacht is de klassieke benadering die je met mededingingsrecht kunt beteugelen, maar daarnaast is er de macht over individuen. “Dan gaat het bijvoorbeeld over de verslavende werking van social media of over onze omgang met platformwerkers, die bijvoorbeeld als chauffeur voor Uber of als maaltijdbezorger voor Thuisbezorgd werken.” De laatste machtsvorm is die over de samenleving. “Bijvoorbeeld de invloed van sociale media op de verkiezingen. Dit gaat zo ver dat ze ook in de politieke sfeer invloed kunnen uitoefenen. De CEO’s van de bedrijven, die persoonlijke banden met president Trump onderhouden, zou je daar ook onder kunnen scharen.”
Gatekeepers
Mededingingsrecht is al een heel krachtig instrument, stelt Van de Waerdt. “Je kunt er hogere boetes opleggen en hebt meer handhavingsmogelijkheden dan met bijvoorbeeld privacywetgeving. Zo kun je bijvoorbeeld eisen dat bedrijven worden opgesplitst.” De Europese Commissie overweegt dit nu bij Google te doen, dat zijn eigen advertentiedienst voorrang geeft ten opzichte van de concurrentie. Toch is alleen mededingingsrecht voor de techsector onvoldoende, meent Graef. “Voor digitale markten duurt het lang voordat het mededingingsonderzoek is afgerond, dan is de markt al verstoord geraakt. De wetgever heeft daarom gezegd: we willen al in wetgeving vastleggen welke gedragingen wij problematisch vinden. Dat zou moeten leiden tot meer effectieve handhaving en meer concurrerende markten, omdat je sneller kan ingrijpen in de markt.”
Daartoe is de Digital Markets Act, de DMA, in het leven geroepen, die sinds 2023 ook wordt gehandhaafd. Een belangrijke rol in die wet is weggelegd voor de zogeheten gatekeepers. De Europese Commissie heeft er in eerste instantie zes vastgesteld: Alphabet (Google, YouTube), Amazon, Apple, ByteDance (TikTok), Meta (Facebook, Instagram, WhatsApp) en Microsoft. Later kwam daar ook Booking.com bij. De Commissie definieert gatekeepers als grote spelers die digitale platformdiensten aanbieden, zoals zoekmachines, browsers, besturingssystemen, sociale media, app stores en messengerdiensten. Het zijn diensten waarbij je vaak ziet dat er koppelingen worden gemaakt: installeer je ons besturingssysteem, dan krijg je onze webbrowser erbij. Het voortrekken van de eigen diensten mag dus niet meer door de DMA. Volgens Graef is dit effect al te zien. “Je hebt nu meer vrije keuze in browsers, je kunt alternatieve app stores op je iPhone installeren en Google Maps verschijnt niet meer automatisch bovenaan in Googles zoekresultaten.”

Google Maps mag niet meer automatisch bovenaan verschijnen in Googles zoekresultaten.
FreepikEen browser en navigatieapp die al zijn voorgeïnstalleerd op je nieuwe telefoon, of vanuit WhatsApp met Meta AI zoeken – dat is natuurlijk ook wel handig. Een bijkomend effect van de DMA is dat er wel wat gebruiksgemak verloren gaat. Graef: “Voor sommige dingen moet je nu meer moeite doen. Maar het is belangrijk dat we ook ruimte geven aan andere spelers om meer keuzevrijheid en innovatie te creëren.” Een beetje ongemak moeten we dus maar op de koop toe nemen, vindt ze. “De keuzes die jij maakt, hebben invloed op hoe wij in Europa afhankelijk zijn van Big Tech. Dus het kan wel heel gemakkelijk zijn om Google of Meta te gebruiken, maar dat heeft wel tot gevolg dat kleinere diensten, of diensten die we misschien liever willen, omdat ze publieke waarden omarmen, eigenlijk geen kans krijgen.”
Digitaal gevangen
In het dagelijks leven zijn we voor veel online zaken afhankelijk van Amerikaanse bedrijven. Hoe houdt Big Tech ons in zijn greep?

