Silicon Valley is de bakermat van Big Tech. Alle condities voor een economisch groeiwonder waren er aanwezig, stelt econoom Erik Stam. Maar dat levert niet per se wenselijke producten op.
Silicon Valley in Californië wordt als de bakermat van Big Tech gezien. Onder meer softwarebedrijven Apple en Alphabet (Google) en chipbedrijven Nvidia en Intel hebben er hun roots. En ook Facebook is vrij snel na de start van de Oostkust naar de Westkust verhuisd, vermoedelijk vanwege de aanwezigheid van vroege investeerders aldaar. Beroemd is de garage bij een woonhuis in Palo Alto, waar Bill Hewlett en David Packard in de jaren dertig van de vorige eeuw hun bedrijf Hewlett-Packard begonnen. Die plek is nu als museum ingericht en wordt wel gezien als de ‘geboorteplek van Silicon Valley’. Decaan Frederick Terman van de nabijgelegen Stanford University was de eerste die studenten aanmoedigde om een bedrijf te beginnen in de regio, en Hewlett en Packard namen dat advies ter harte.
De rest is geschiedenis, zou je kunnen zeggen. Silicon Valley, ook wel de Bay Area genoemd, heeft wereldwijd de hoogste dichtheid van start-ups en een derde van alle investeringen van durffinanciers in de VS gaat naar bedrijven die hier zijn gevestigd. Hoe heeft dit kunnen ontstaan, en moeten Nederland en Europa er een voorbeeld aan nemen? We vragen het aan hoogleraar ondernemerschap Erik Stam van de Universiteit Utrecht, die veel onderzoek doet naar ecosystemen voor ondernemerschap.
Erik Stam.
Erik StamHoe zit het Amerikaanse ecosysteem voor ondernemerschap in elkaar?
“Om dat te begrijpen moet je terug in de tijd, naar de Tweede Wereldoorlog. In die tijd liep Amerika helemaal niet voorop met ondernemerschap, maar de defensie-industrie heeft toen enorm geïnvesteerd in nieuwe technologie, met name op het snijvlak van academisch onderzoek en technologie bij bedrijven. Gedurende de Koude Oorlog en de space race met Rusland konden de Verenigde Staten een enorme voorsprong nemen. Daarnaast was er een cultuur waarin iedereen dacht dat je van krantenjongen miljonair kon worden. De arbeidsmarkt is er relatief flexibel: je kan relatief makkelijk personeel aannemen, en ook ontslaan. Daarnaast zijn mensen er bereid om over lange afstanden te verhuizen voor werk, waardoor er meer talent op één plek bij elkaar kan en wil komen.”
Was Californië dan ook al gelijk een aantrekkelijke regio voor start-ups?
“Tot de jaren zeventig waren Boston en Cambridge aan de Oostkust leidend. Eén van de dingen die het succes van Silicon Valley verklaart, is dat in Californië een concurrentiebeding verboden was. Je kon medewerkers niet verbieden om voor de concurrent te gaan werken of om een start-up op te richten met het idee dat iemand bij het bedrijf had bedacht. Daardoor verspreidde kennis zich makkelijker, vond er meer kruisbestuiving van ideeën plaats, kwam er meer buitenlands talent naartoe, en werd het er voor durfinvesteerders (venture capital) interessanter.”
In hoeverre speelt de visie van individuele mensen een rol, zoals die decaan van de Stanford University, maar misschien ook Apple-oprichter Steve Jobs, Larry Page en Sergei Brin van Google, of durfinvesteerder Peter Thiel?
“De voormalige minister van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Joschka Fischer, zei eens: ‘Als Steve Jobs in Duitsland was geboren, hadden we geen Apple gehad.’ Er zijn veel toevalligheden. William Shockley, de uitvinder van de halfgeleider, woonde aan de Oostkust, maar richtte zijn start-up in Californië op, omdat hij dichter bij zijn zieke moeder wilde wonen. Natuurlijk hebben de mensen die je noemt het verschil gemaakt. Maar wel in een context met misschien wel de beste condities ter wereld.”
Heb je dan een grotere kans om met je bedrijf succesvol te zijn in Silicon Valley?
“Nee, gek genoeg niet. De gemiddelde start-up doet het daar niet beter, omdat de concurrentie er natuurlijk ook moordend is. Durfinvesteerders kunnen het fijn vinden om hun start-ups dichtbij te hebben, maar torenhoge huizenprijzen maken de regio wel minder aantrekkelijk. Naast de juiste voorwaarden, zoals een flexibele arbeidsmarkt en veel kapitaal, blijft het dus een gok of je start-up het redt. Maar met méér start-ups heb je natuurlijk méér kans op scale-ups en unicorns die uiteindelijk kunnen uitgroeien tot megabedrijven.”
Deze bedrijven staan ook bekend om hun vrij agressieve methoden om marktaandeel te verwerven. Hoewel ze in eerste instantie soms sympathiek beginnen (denk aan Google’s motto Don’t be evil), lijkt de commercie toch vaak de overhand te krijgen, ten koste van de gebruiker. Hoe verklaar je die instelling? Heeft dat te maken met het ontbreken van wetgeving in Californië?
“Nee, eerder met monopolieposities en bijbehorende winsten, die deze bedrijven minder gevoelig voor het belang van de gebruiker maken.”

Apple Park, het hoofdkantoor van Apple, ligt in Silicon Valley.
Zetong Li, publiek domein via PexelsZijn er in Europa ook regio’s die het goed doen qua start-ups, en waar die condities net zo goed zijn als in Silicon Valley?
“Estland en Zweden doen het eigenlijk even goed, zo niet beter dan de gemiddelde Amerikaanse regio, als je kijkt naar het aantal start-ups per hoofd van de bevolking. Denk aan Spotify, Skype, Klarna, Bolt en Mentimeter. De condities voor ondernemerschap zijn er goed, zoals de aanwezigheid van durfinvesteerders, flexibele regelgeving en investeringen in talent.”
Wat kan Europa doen om meer van zulke regio’s te creëren?
“Ervoor zorgen dat de condities van zo’n ecosysteem op orde zijn. Dus toegang tot kapitaal, een flexibele arbeidsmarkt, toegang tot digitale netwerken, en een overheid die investeert in publieke kennis aan universiteiten, en investeringen bij het bedrijfsleven aanmoedigt. Ook het aantrekken van buitenlands talent is belangrijk, hoewel je nu juist ziet dat veel Europese landen hun migratiebeleid aanscherpen. Veel van die zaken zijn nog niet overal op orde.”
Maar willen we wel diezelfde Big Tech-bedrijven in Europa, met dezelfde mentaliteit van move fast and break things? Deze bedrijven ontwikkelen bijvoorbeeld ook verslavende algoritmes en zorgen ervoor dat we opgesloten zitten bij één aanbieder van bijvoorbeeld mail, Office en cloud.
“We hebben in Europa juist de kans om technologie minder gesloten en meer opensource te maken dan in de Verenigde Staten, en ook minder staatsgericht als in China. We zouden moeten nadenken over nieuwe vormen van technologieontwikkeling waar gebruikers veel meer bij betrokken zijn. We willen toch dat onze kinderen, kleinkinderen, opa’s en oma’s op een prettige manier gebruik kunnen maken van platformproducten. En dan niet op een manier dat de staat altijd meekijkt, zoals in China, of dat we maximaal worden uitgemolken als marketingkoeien, zoals in de Verenigde Staten. Goede Europese voorbeelden vind ik Too Good To Go (tegen voedselverspilling), biotechbedrijf BionTech en OpenAtlas (opensourcesoftware voor de geesteswetenschappen). We zouden meer van zulke parels moeten hebben.”
Digitaal gevangen
In het dagelijks leven zijn we voor veel online zaken afhankelijk van Amerikaanse bedrijven. Hoe houdt Big Tech ons in zijn greep?

