Apps proberen je aandacht zo lang mogelijk vast te houden. Maar noem het geen smartphoneverslaving, zegt gedragswetenschapper Tim van Timmeren. Het is een gewoonte die je kunt afleren.
Sanne (14)* stuurt elke dag zes foto’s van zichzelf naar zes vriendinnen via Snapchat. En dat doet ze al een tijdje. Haar langste streak is ongeveer driehonderd. Dat betekent dat zij en een vriendin elkaar driehonderd dagen lang elke dag een foto hebben gestuurd. “Ik vind het gewoon leuk. Dan gebruik ik bijvoorbeeld een man-filter, waardoor ik op een man lijk.” Snapchat is haar favoriete app. Ze gebruikt het ook om berichten te sturen en om mee te bellen. WhatsApp gebruikt ze vooral om haar ouders berichten te sturen. Of ze zichzelf smartphoneverslaafd vindt? “Ik denk het wel. Ik heb de neiging om hem steeds op te pakken. Maar als het echt niet mag, zou ik wel lang zonder kunnen.” Ook moeder Evelien* (46) vindt zichzelf verslaafd. “Mijn telefoon ligt naast mijn bed; ik gebruik hem als wekker. Als ik wakker word, kijk ik er gelijk op. Ik kijk op Nu.nl en naar het weerbericht. Terwijl dat helemaal niet nodig is op dat moment.” Sanne mag haar telefoon niet meenemen naar bed, en dat vindt ze ook prima. “Anders raak ik voortdurend afgeleid door meldingen en slaap ik minder goed.”
Veel mensen vinden dat ze verslaafd zijn aan hun telefoon. Uit onderzoek van Motivaction uit 2023 bleek dat 34 procent van de Nederlanders zichzelf verslaafd noemt; onder jongeren tussen de 18 en 24 is dat zelfs 62 procent. Het ding wordt ook intensief gebruikt: gemiddeld pakken mensen hun telefoon zo’n 58 keer per dag op. Experts waarschuwen dat smartphones en sociale media funest zijn voor de mentale gezondheid. De Amerikaanse sociaal psycholoog Jonathan Haidt legt in zijn boek Generatie Angststoornis een verband tussen angststoornissen, depressie en de opkomst van social media. In de VS werden Snapchat, TikTok en YouTube voor de rechter gesleept, omdat ze verslavend zouden zijn. En de Europese Commissie oordeelde ook dat TikTok ‘ongezond verslavend’ is.
Gokverslaving
Maar zijn smartphones en sociale media wel echt verslavend? Tim van Timmeren, universitair docent gedragswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, doet veel onderzoek naar gewoontes en verslavingen. “Volgens het diagnostisch handboek DSM-5 uit de psychologie is gokverslaving de enige gedragsverslaving. Tot een jaar of tien geleden werd alleen het gebruik van middelen, zoals alcohol of drugs, gezien als iets dat tot verslaving kon leiden. Als je een middel tot je neemt, werkt dat specifiek in op het beloningssysteem in je hersenen. Storingen in het gedrag, zoals overmatig gokken, werden in eerste instantie gezien als een stoornis van impulscontroles. Pas na heel veel onderzoek concludeerden psychologen dat problematisch gokken grotere gelijkenissen heeft met verslaving en beter onder die noemer is te plaatsen.”

Gokverslaving is volgens het diagnostisch handboek DSM-5 de enige gedragsverslaving.
Kvnga, via UnsplashVolgens Van Timmeren is er bij smartphones bij verreweg de meeste mensen eerder sprake van een gewoonte dan van een verslaving. “Een telefoon is bij uitstek een gewoontemachine. Je draagt hem altijd bij je waardoor je hem altijd kan oppakken. Dat is een verschil met bijvoorbeeld televisiekijken. Dan is er een reflectiemoment waarop je een keuze maakt: ga ik wel of niet tv kijken? Bij de smartphone is die reflectie er veel minder. Je pakt hem automatisch, vaak zonder er over na te denken.” Een gewoonte afleren kost cognitieve kracht, aldus Van Timmeren. “Tegen jezelf zeggen ‘ik ga minder op mijn telefoon zitten’ is niet effectief, omdat je dan constant een automatische impuls moet doorbreken. Het werkt beter om concreet na te denken over hoe je dit wil bereiken, en je omgeving – of telefoon – daarop aan te passen.” Het verschil met een verslaving is vooral de mate van controleverlies. “Bij een verslaving blijf je doorgaan, ondanks heftige negatieve consequenties, zoals het verliezen van je baan of je relatie. Als je baas zegt dat je tijdens je werk echt niet meer op je smartphone mag, dan lukt dat de meeste mensen wel.”
Saaie tijdlijn
Het ligt echter niet alleen aan de smartphone, zegt Van Timmeren, maar vooral aan bepaalde apps. “Sommige apps hebben meer negatieve effecten dan andere. Uit recent onderzoek onder 479 Nederlandse volwassenen blijkt dat berichtenapps Snapchat en WhatsApp geen of zelfs een positief effect hadden op de mentale gezondheid, terwijl Instagram, TikTok en YouTube een negatief effect hadden.” Dat heeft te maken met de manier waarop deze apps zijn ontworpen. “Er is weinig onderzoek gedaan naar de mechanismen die social media het meest effectief maken. Maar als je kijkt hoe sociale media zijn ontwikkeld, dan kun je daaruit wel opmaken wat het beste werkt. Facebook was vroeger alleen een tijdlijn met verhalen en eventueel foto’s van je vrienden, die stopte als je alles had gezien. Dat is geëvolueerd tot TikTok, de meest aandachttrekkende app, met video’s die automatisch afspelen en een endless scroll die nooit af is.”
Daarnaast zie je op TikTok niet alleen content voorbijkomen van mensen die je volgt. De tijdlijn is voor iedereen op maat gemaakt. Van Timmeren: “De appbouwers hebben heel rijke data: ze leren van de gebruiker hoe lang die ergens naar blijft kijken en of die iets liket. Algoritmes zorgen ervoor dat datgene wat jou het langst aan het scherm gekluisterd houdt, het meest komt bovendrijven.” Om dat te kunnen bouwen hebben de bedrijven achter deze apps gedragswetenschappers en computerwetenschappers in dienst die precies weten wat het beste werkt.
Die algoritmische tijdlijn is dus een heel belangrijk onderdeel. Is daar wat aan te doen? Bits of Freedom won onlangs een rechtszaak tegen Meta, waardoor het bedrijf achter Facebook, Instagram en WhatsApp nu verplicht is om een niet-algoritmische tijdlijn aan te bieden. Dan krijg je weer alleen berichten te zien van mensen die je volgt. Moeder Evelien: “Ik vind het wel terecht dat je die beïnvloeding van buiten moet kunnen stopzetten. Maar misschien wordt het daardoor wel wat saaier.” Sanne is positiever: “Ik vind het juist leuk om te zien wat de mensen die ik ken doen. Ik denk dat ik mijn telefoon daarna wel sneller zou wegleggen.”
Ontsporen
Is alleen het aanpakken van die tijdlijn wel genoeg? De roep om social media én smartphones te verbieden voor jongeren wordt steeds luider. Evelien zag hoe het gebruik van WhatsApp bij haar jongste dochter van elf volledig ontspoorde. “Kinderen werden uit de groep gegooid, daarna er weer in gestopt, er werden rare gifjes (ultrakorte filmpjes, red.) gedeeld van iemand met poep in z’n mond.” Sanne herinnert het zich ook een voorval van toen zij op de basisschool zat: “Wij hadden een sticker van een leraar gemaakt en gebruikten die voortdurend. Daar dachten we niet bij na.” Evelien kijkt dan ook uitgebreid mee in de apps van haar dochters. “Als er dan iets raars voorbijkomt, hebben we het er samen over. Zo van: zie je wat er nu gebeurt? Hoe kunnen we dit voorkomen? Maar niet alle ouders doen dat.”
Volgens Van Timmeren is meekijken en het gesprek erover voeren effectiever dan een verbod. “Als je sociale media pas op hun zestiende op jongeren loslaat, dan heb je dat gesprek niet kunnen voeren, en op die leeftijd is dat moeilijker om te doen. Ik denk dat het goed is om op jonge leeftijd een gecontroleerde en andere versie van social media te hebben, die voldoet aan de normen die wij voor die leeftijd stellen. Een saaiere variant dus.”
Daarbij wil Van Timmeren nog wel benadrukken dat social media en smartphones niet alleen een probleem voor jongeren zijn. “Ook volwassenen zijn niet goed in staat om weerstand te bieden tegen de verleidingen van een telefoon. Vaak zitten ze nog vaker op hun telefoon dan kinderen. Het is gewoon een grote uitdaging om je telefoon op een manier te gebruiken die in lijn is met hoe je hem echt wilt gebruiken.”
Digitaal gevangen
In het dagelijks leven zijn we voor veel online zaken afhankelijk van Amerikaanse bedrijven. Hoe houdt Big Tech ons in zijn greep?

