Naar de content

Rotterdam tussen verval en herstel

Binnenland, buitenkans: Rotterdam

Rotterdam
Rotterdam
iStock, BrianScantlebury

Rotterdam is minder verloederd dan in de jaren ’80 en ’90. Uit de manier waarop de stad opkrabbelde, zijn lessen te trekken; zeker nu het weer wat minder lijkt te gaan met de havenstad. “Het is nog niet zo erg als toen, maar dat kan het wel worden.”

23 maart 2026

Ze groeit op in het veilige dorpje Malden, onder de rook van Nijmegen, om daarna in het keurige, overzichtelijke Leiden bestuurskunde te studeren. Als Marianne van den Anker halverwege de jaren negentig besluit om zich te specialiseren in criminologie, staan haar ouders doodsangsten uit: haar nieuwe studie is in Rotterdam.

Als bleu meisje is Perron Nul één van de eerste dingen die ze ziet, nadat ze de trein uitstapt. Het is de bijnaam voor een plek bij het oude Rotterdam Centraal Station, in de jaren tachtig en negentig een verzamelplek voor dakloze mensen en mensen met een harddrugsverslaving. Vanaf het station neemt ze steeds tram 5 of 7 naar de Erasmus Universiteit. “Rotterdam voelde ontoegankelijk, onprettig, winderig, tochtig, niet beschermend. Uitgaansgelegenheden lagen ver uit elkaar; er was niet echt één kloppend hart van de stad. Het gaf een unheimisch en eenzaam gevoel”, herinnert Van den Anker zich.

Het verleden leert dat zorgen voor voldoende opvang en medische en sociale zorg beter werkt dan een harde aanpak

— Paul van de Laar, stadshistoricus en hoogleraar

Het bleue meisje van toen zal jaren later, dankzij haar werk als wethouder, geprezen worden voor het ‘opruimen’ van de stad.

De verkeerde lijstjes

Eén van de mensen die haar daar voluit de credits voor geeft, is Paul van de Laar. De stadshistoricus en hoogleraar aan de Erasmus School of History, Culture & Communication (ESHCC) kan zich het Rotterdam van enkele decennia geleden nog goed voor de geest halen. “Perron Nul was het symbool van de drugsproblematiek, maar eigenlijk sliepen overal mensen op straat of in een portiek. Rotterdam voerde de verkeerde lijstjes aan, zoals toenmalig burgemeester Ivo Opstelten destijds zei.”

Daarmee wordt bedoeld dat Rotterdam ’s lands ‘topscorer’ was als het aankwam op zaken als moorden, armoede, drugsproblematiek en werkloosheid. Naast Perron Nul was ook de tippelzone aan de Keileweg in het havengebied een puist in de stad, zo duidt Van de Laar. “Dat werd een gedoogzone en liep uit de hand. Wethouder Marianne van den Anker greep in en sloot de tippelzone. Ze pakte ook de drugsoverlast in de wijk Spangen aan.”

Zelf woont hij sinds 1986 in Rotterdam. Eerst in Delfshaven, in een straat waar een viervoudige moord werd gepleegd. “De straat stond bekend als de onveiligste van Rotterdam.” Loopt hij nu van het stationsgebied naar Delfshaven, dan is dat ‘onvergelijkbaar veranderd’. “Vroeger waren de rolluiken dicht en was er spanning op straat: dealers, mensen die rondhingen. Nu is het een levendige, grotendeels veilige omgeving.”

Dat geldt voor meer gebieden. Buurten waar je vroeger beter niet kon komen, zijn opgeknapt en werden hippe wijken, schetst hij. Oude industriële gebieden werden aantrekkelijk woongebied voor een nieuwe middenklasse. “Er kwam internationale aandacht en Rotterdam werd zelfs de coolste stad van Europa genoemd.”

Pim Fortuyn

Van den Anker, inmiddels ombudsman van Rotterdam, werd in 2004 wethouder veiligheid namens Leefbaar Rotterdam. Ze was toen 33 jaar. “Ik was knetterjong, met twee kleine kinderen. Veel mensen trokken weg, maar ik wist zeker dat ik in Rotterdam wilde blijven. Als wethouder had ik middelen, uitvoeringscapaciteit, ambtenaren en een gemeenteraad.”

En ze had ‘de tijdsgeest mee’. De ellende en overlast in Rotterdam waren groot, duurden al decennia en de schijnwerpers stonden er vol op. De wal keerde het schip; er moest wat gebeuren. Bovendien kon ze redelijk onafhankelijk opereren. Leefbaar Rotterdam is de partij die door de in 2002 vermoorde politicus Pim Fortuyn groot werd gemaakt. De partij was een paar maanden eerder opgericht. “We zaten niet in het politieke circuit, hoefden niemand te vriend te houden en er waren geen openstaande rekeningen. We konden rücksichtslos te werk gaan en durfden mensen hard aan te pakken als dat nodig was.”

Het is niet zo makkelijk om haar aanpak van destijds te omschrijven. Misschien is de boel simpel houden, zowel voor inwoners als qua beleid, nog de beste omschrijving. “Wat we zelf logisch vonden, deden we gewoon.”

Delfshaven, Rotterdam

Delfshaven in Rotterdam is in de afgelopen decennia veranderd in een levendige, grotendeels veilige omgeving.

iStock, olrat

Om dat concreet te maken is de aanpak van de Keileweg, de beruchte hoerenstraat, een voorbeeld. “De overheid wees de plek aan, betaalde psychiatrie, straatartsen, politie-inzet en maatschappelijk werkers. Met belastinggeld werd een bordeel draaiende gehouden waar verslaafde vrouwen werkten. Dat vond ik onaanvaardbaar.”

Dus sloot ze de zone. Samen met corporaties, ambtenaren, politie en zorgorganisaties ontwikkelde ze een aanpak om de straten veilig en ‘schoon’ te houden. Zo werden in totaal vierduizend mensen van straat gehaald; zij kregen een dak boven hun hoofd en meer zorg.

Afglijden

Inmiddels zijn er opnieuw zorgwekkende signalen over Rotterdam. Samen met Amsterdam en Eindhoven is het de stad met de meeste criminaliteit, volgens het CBS. Het CBS ziet ook dat het aantal daklozen stijgt. “Het is nog niet zo erg als in de jaren ’80 en ’90, maar dat kan het wel worden. Als ombudsman zie ik veel mensen met een uitkering, problematische schulden, drugsoverlast, ondermijnende criminaliteit en bedrijven die de haven verlaten.”

In een recente raadsbrief adviseert Van den Anker dat er in de regio rondom Rotterdam een betere spreiding komt van dak- en thuislozen. Ook wil ze voldoende opvangplekken en ondersteuning binnen Rotterdam. De Ombudsman ziet daarnaast veel onverzekerde dak- en thuislozen en gebrekkige rechtsbescherming (waaronder voor kinderen).

Er ontstaat zo volgens Van den Anker een ‘stad met twee snelheden’. Aan de ene kant een booming stad, met hippe gebouwen, festivals, Zomercarnaval, mooie kades, vergroening van het Hofplein, theaters, bioscopen en duurdere winkels. “Aan de andere kant vinden we mensen die moeilijk rondkomen, schulden hebben en in handen vallen van georganiseerde criminaliteit.”

Als ombudsman zie ik veel mensen met een uitkering, problematische schulden en drugsoverlast

— Marianne van den Anker, ombudsman van Rotterdam

Bij mensen thuis hoort ze hoe ingewikkeld en bureaucratisch het kan zijn om iets bij de gemeente gedaan te krijgen als je meerdere problemen hebt. Denk aan mensen die een uitkering en schulden hebben, zorgbehoevend zijn en daarnaast een kind met een handicap hebben. “Bij verschillende gemeenteloketten horen ze dat ambtenaren geen mandaat hebben of geen eigenaar of budgethouder zijn. Verschillende instanties zitten op hun eigen eiland. Het zou goed zijn als het ene eiland de telefoon pakt en vaker het andere eiland opbelt.”

Ook stadshistoricus Van de Laar ziet Rotterdam afglijden. De vele daklozen die hij op straat ziet, baren hem zorgen. “Eerst concentreerde overlast zich in buitenwijken, nu meer in het centrum. Het wordt zichtbaarder, dus trekken mensen parallellen met de jaren tachtig en negentig.” Tegelijkertijd predikt hij rust: “Vergeleken met steden als Napels en Marseille is Rotterdam relatief veilig. Ik durf ’s avonds door elke wijk te lopen.”

De belangrijkste lessen uit het verleden volgens de historicus: sociale problematiek moet je in eerste instantie sociaal oplossen. En niet justitieel. “Er is een politieke reflex om voor de harde hand te kiezen, omdat de kiezer dit wil. Maar het verleden leert dat zorgen voor voldoende opvang en medische en sociale zorg beter werkt. Je kunt mensen oppakken, maar als ze na vrijlating weer in een portiek liggen, schiet niemand daar iets mee op.”