Een energiecentrale waar je kan skiën, het eerste Europese energieneutrale eiland en een ‘holistisch industriegebied’. Hoogleraar Andy van den Dobbelsteen denkt dat we het nodige kunnen leren van Denemarken.
Drommen internationale toeristen verdringen zich voor een foto van een heel klein standbeeld. De kleine zeemeermin, naar het sprookje van Hans Christian Anderson, is één van de belangrijkste trekpleisters van Kopenhagen. Stel dat de zeemeermin haar hoofd zou kunnen draaien, dan zou ze aan de andere kant van het water van de Langelinie een pluimpje rook van de energiecentrale van CopenHill zien. Hoewel minder bekend, is deze afvalenergiecentrale ook een waar Deens icoon.
CopenHill is uniek in de wereld. Op de energiecentrale ligt een skibaan, één van de buitenmuren is de hoogste klimmuur ter wereld en je vindt er een wandelpad, skicafé, crossfit-deel en een uitkijkplatform. De beroemde Deense architect Bjarke Ingels ziet ‘zijn’ CopenHill als een protestgebouw: in zijn ogen hoef je industrie niet te verbergen, omdat het ook gewoon leuk kan zijn.
Het architectonische hoogstandje levert warmte aan tienduizenden Kopenhaagse huishoudens, wekt elektriciteit op en CopenHill kent geavanceerde reiniging van rookgassen die de uitstoot van slechte stoffen beperkt. Het zou daarom zelfs de schoonste energiecentrale ter wereld zijn. “Er is op een andere manier nagedacht over wat een industrieel gebouw voor een stad kan betekenen. De uitstoot wordt daarbij zo schoon mogelijk gemaakt”, analyseert Andy van den Dobbelsteen, climate design-expert van de TU Delft.

Skibaan en openbare ruimte op CopenHill in Denemarken.
iStock, josefkubesDeense durf
Tegelijkertijd is er kritiek. Er zijn wetenschappers die stellen dat Kopenhagen niet voldoende afval produceert om de ‘oversized’ centrale van stroom te voorzien, wat de centrale economisch minder rendabel en milieutechnisch schadelijk zou maken; het maakt CopenHill daardoor immers afhankelijkheid van geïmporteerd afval. En voor een echt duurzame toekomst, zijn circulaire economieën de heilige graal, menen critici. Zonder afvalverbranding. Zo vreest Zero Waste Europe dat het enorme project CopenHill de gemeente Kopenhagen nog 30 tot 40 jaar ‘verbindt’ aan afval. Voor critici is CopenHill daarom juist een symbool van greenwashing, in plaats van een groen symbool.
We kunnen van de Denen leren dat we industriële complexen anders durven te gebruiken
Van den Dobbelsteen acht de kritiek onvermijdelijk, maar niet helemaal terecht. Hij noemt het belangrijk om kritisch te kijken naar de daadwerkelijke milieuwinst. Tegelijkertijd is op traditionele en meer vervuilende afvalverbrandingsinstallaties die niets toevoegen aan hun omgeving, vaak veel minder kritiek, analyseert hij. “Afval verbranden is als vervuilend proces niet altijd de beste oplossing, maar als je toch afval moet verwerken, vind ik het positief dat je zo'n gebouw een meerwaarde voor de stad geeft. De kritiek van greenwashing heb je altijd als iemand zijn nek uitsteekt.”
Het is in zijn ogen juist mooi als een industrieel proces beter wordt ingepast in de stad. “Dat is interessanter dan wanneer je zo'n installatie puur als industrie neerzet. We kunnen van de Denen leren dat we industriële complexen anders durven te gebruiken en niet alleen zien als grijze plekken waar je liever niet komt.”
Samsø
Van den Dobbelsteen noemt zich sowieso ‘een fan’ van het duurzame Denemarken. Zelf was hij jarenlang als onderzoeker betrokken bij een andere duurzame blikvanger: het Deense eiland Samsø. Samsø is grotendeels agrarisch en telt een aantal kleine dorpen. In 1997 kwam het redelijk anonieme eiland landelijk in de spotlights, toen de Deense overheid het uitkoos om een voorbeeld te worden op het gebied van duurzaam energiegebruik. Zo werd Samsø het eerste energie- en CO₂-neutrale eiland van Europa.
Het succes dankt het aan lokale betrokkenheid van de eilandbewoners en politieke wil, legt Van den Dobbelsteen uit. Samsø investeerde in zonne- en windenergie, verduurzaming van gebouwen en huizen en legde warmtenetten aan. Inwoners van Samsø werden nauw betrokken bij het project en mede-eigenaar van de energieprojecten.
Volgens Van den Dobbelsteen zag je een sneeuwbaleffect ontstaan. De golfbaan werd verduurzaamd, de gemeente stapte over op elektrische auto's en steeds meer inwoners gingen mee in die beweging. Samsø is voor hem daarom ‘een prachtig voorbeeld van wat een gemeenschap kan bereiken als zij gezamenlijk besluiten te veranderen’. “Dat is misschien wel de belangrijkste les: begin klein en zorg ervoor dat de gemeenschap meebeweegt. Zodra die beweging eenmaal op gang komt, volgt de rest vanzelf. De Samsø Energy Academy verspreidt de opgedane kennis nu over de rest van Denemarken en de wereld.”

Samsø werd het eerste energie- en CO₂-neutrale eiland van Europa
iStock, Caroline Brundle BuggeHolistische industrie
Een ander leerzaam project is Kalundborg, een plaatsje in de regio Sjæland. Van den Dobbelsteen vertelt dat Kalundborg een goed voorbeeld is van wat de onderzoekswereld industrial ecology noemt: het idee dat partijen in een industriegebied samen één systeem vormen.
De focus in Kalundborg is niet recreatief, zoals dat bij CopenHill het geval is. Het draait om het slim verbinden van alle bedrijven in een industriegebied. Zo is er gekeken hoe materiaal-, energie- en waterstromen binnen het industriegebied met elkaar verbonden kunnen worden, als in één geïntegreerd systeem. Heeft het ene bedrijf een tekort aan water, dan kan een bedrijf dat daar een overschot aan heeft dat aanvullen. En is er in de ene fabriek een overschot aan warmte, dan kan dat aan een fabriek die warmte nodig heeft geleverd worden. “Veel bedrijven produceren op bepaalde momenten warmte-, koude- of wateroverschotten. Het is natuurlijk zonde dat bedrijven met een tekort daarvan in hetzelfde industriegebied er geen gebruik van kunnen maken.”
Het systeemdenken dat ze in Kalundborg tot kunst hebben verheven is de toekomst, meent Van den Dobbelsteen. Die denkwijze promoot hij dan ook actief in Nederland. Zo was hij een paar weken geleden bij de opening van een nieuwe Nederlandse CO2-neutrale supermarkt, waarmee hij samenwerkte. “Een supermarkt koelt het hele jaar door. Daarbij ontstaat veel restwarmte, die nu vaak in de buitenlucht verdwijnt. Het bedrijf gebruikt dat om de winkel en kantoren mee te verwarmen. De volgende stap is volgens mij dat je die warmte ook gebruikt om omliggende woningen te verwarmen.”
Deze ‘Deense’ denkwijze moeten we in Nederland veel meer toepassen, meent hij. Zo kun je bij hevige regenval het regenwater bufferen en later gebruiken op plekken waar tekorten zijn. Ook afvalwater kun je lokaal zuiveren en hergebruiken, bijvoorbeeld voor toiletspoeling of het bewateren van planten, meent Van den Dobbelsteen. En de nutriënten uit afvalwaterzuiveringen (zoals stikstof, fosfor en kalium) kunnen op het platteland weer gebruikt worden in plaats van kunstmest, legt de wetenschapper uit. In dat licht is er ook positief nieuws: Van den Dobbelsteen heeft het idee dat het kwartje steeds meer valt in ons land. “Dat systeemdenken of holistische denken is een mentaliteit die we in Nederland gelukkig steeds meer zien.”
Binnenland, buitenkans
Grotere economische groei in China, minder obesitas in Japan, minder rokers in IJsland. Wat kan Nederland leren van succesverhalen uit binnen- en buitenland?

