Naar de content

‘Stop met campagnes over verkeersveiligheid’

Nul verkeersdoden: een politieke kwestie

zzbfoto, via Magnific.com

Nul verkeersdoden in 2050, dat is het doel van de Nederlandse overheid. Daar zijn drastische maatregelen voor nodig, dus pleit hoogleraar Marco te Brömmelstroet: ‘Maak de straat politiek.’

26 juni 2026

Wetenschappelijk onderzoek en politieke beslissingen gaan niet altijd dezelfde kant op. Waarom zou je de maximale snelheid op snelwegen verhogen naar 130 kilometer per uur, als uitgebreid onderzoek aantoont dat dat de veiligheid van de weggebruikers verlaagt? En waarom lijkt nog altijd ‘meer asfalt’ het antwoord op het fileprobleem, terwijl we allang weten dat dit de files niet wegneemt?

Toch pleit hoogleraar Toekomsten van Stedelijke Mobiliteit Marco te Brömmelstroet (Universiteit van Amsterdam) voor een grotere politieke rol op straat. Vijf jaar geleden bevroeg Kennislink hem al over de onevenredig grote rol die de auto inneemt in de publieke ruimte. Hebben we inmiddels geleerd om de straat politieker te maken, en de verkeersveiligheid te verbeteren?

‘Maak de straat politiek’, stelde je. Wat bedoel je daarmee?

“Laat ik beginnen met hoe we omgaan met ingewikkelde vraagstukken als verkeer. Zo'n honderd jaar geleden, zijn er afwegingen gemaakt over wat we belangrijk vinden op het gebied van verkeer. Simpel gezegd was dat: zo makkelijk mogelijk verplaatsen van A naar B. Zo zijn vervolgens alle straten ingericht, en van daaruit komen richtlijnen, modellen, normen voor hoe de publieke ruimte eruit moet zien.” 

Verkeersgevaar is een zelf gecreëerd gevaar, het is geen gegeven

“Op een gegeven moment verdwijnt dan het besef dat er ooit een keuze ten grondslag lag aan die richtlijnen. Ik wil juist dat we het weer gaan hebben over die waarden. Wat vinden we nu eigenlijk belangrijk in de publieke ruimte? Dan kun je het namelijk ook veel beter hebben over veiligheid in het verkeer. Want dit is wat ik daar zie: als ‘onveiligheid’ betekent dat mensen elkaar doden en geweld aandoen, dan zou het in ieder ander domein van ons leven volstrekt onacceptabel zijn.”

Je doelt op het aantal verkeersdoden in Nederland? In 2025 waren dat er 759, volgens SWOV.

“Het is echt niet acceptabel dat twee mensen per dag elkaar doden, ook al doen ze dat per ongeluk. Stel je voor dat twee keer per dag mensen elkaar doden door het gebruik van een koffiezetapparaat. Gaan we het dan decennialang hebben over de keukeninrichting, over beschermende kleding als je het apparaat gebruikt? Of zou er een scherp debat volgen waarna we direct het koffiezetapparaat verbieden?”

“Wij hebben weleens een gedachte-experiment gedaan: als de auto nog niet bestond en je zou hem nu uitvinden, zou je ook moeten uitleggen hoe het verkeer daarbij wordt ingericht. ‘Ja, je kan mensen hiermee sneller van A naar B verplaatsen. Die mensen moeten dan 500 euro per maand betalen en iedereen geeft de helft van de openbare ruimte ervoor op. O ja, en elke dag rijden mensen elkaar dood en raken er nog eens dertig gewond.’”

“Het lijkt mij heel onwaarschijnlijk dat we dan met z'n allen tot de conclusie zouden komen dat het systeem zoals het nu is, acceptabel is. Maar dat is wel hoe het nu is. En wat ik zo fascinerend vind is dat we het hele gesprek lijken te hebben genormaliseerd. ‘Het is nu eenmaal zo’, dat iedereen overal zijn auto moet kunnen parkeren. Maar daar zitten waarden onder, en daar zitten keuzes aan vast.”

Wie of wat staat dan die keuzes in de weg?

“Mijn stellige overtuiging is dat verkeersveiligheidsexperts verkeersveiligheid in de weg staan. Ik stel voor om met zijn allen te stoppen. Honderdduizenden goedbedoelende experts, weer een campagne over fietsveiligheid, stop ermee. En de komende vijf jaar gaan we ons dan alleen maar bezighouden met het reduceren van gevaar.”

Marco te Brömmelstoet sprekend op een congres.

Marco te Brömmelstroet pleit als hoogleraar Toekomsten van Stedelijke Mobiliteit dat we opnieuw moeten bepalen wat we acceptabel vinden in het verkeer.

Philipp Ledényi

Helpen die campagnes daar dan niet bij?

“Allemaal vertellen ze ons, en onze kinderen op basisscholen, dat het gevaarlijk is op straat en hoe je daarmee om moet gaan. En daarmee, bewust of onbewust, stop je het gevaar op straat in dezelfde categorie als zwemmen. Nederland is waterland, dus we leren onze kinderen zwemmen. Logisch, want het water kun je niet zomaar wegdenken, dat is er nu eenmaal.”

“Als je verkeersveiligheid op dezelfde manier framet, zeg je dus dat dat gevaar er nu eenmaal is. Maar verkeersgevaar is zelf gecreëerd gevaar, het is geen gegeven. In die zin kun je het veel beter vergelijken met vuurwapengeweld, of verkrachting, allemaal gewelddadige dingen die door mensen worden gedaan. En natuurlijk leer je je kinderen om zich te beschermen, om veilig te blijven. Maar je leert ze ook, als toekomstige burgers, om dat gevaar, die onveiligheid, niet als gegeven te beschouwen.”

“Mijn voorstel is daarom om niet over ‘verkeersveiligheid’ te praten, maar over verkeersgevaar. In ieder ander vakgebied praat je over het gevaar, dan benoem je de bron. Het hele verkeersveiligheidsframe houdt ons gevangen en houdt ons tegen in het echt oplossen van de kern.”

Een groepje kinderen, met een stuk erachter nog iemand die over een fietspad tussen weilanden door fietst.

Iedereen wil dat kinderen veilig naar school kunnen fietsen. Dus als we focussen op dat soort waarden, zouden we volgens Brömmelstroet het verkeerssysteem best om kunnen gooien. 

bortescristian, via Magnific.com

Een mooi slot op deze serie over... verkeersveiligheid. Waarom lukt dat nog niet?

“Het fundamentele probleem zit in de dynamiek tussen de politiek en de experts, de technocratie. En in het uit het oog verliezen van de onderliggende waarden. Neem de snelheidsverlaging van 50 naar 30 kilometer per uur, in Amsterdam. Niet iedereen houdt zich daaraan, maar volgens een expert kan je er geen flitspalen neerzetten. Oké, helaas, er gaan nog verschillende mensen sterven in Amsterdam doordat ze worden doodgereden door een ander.”

“Je zou ook kunnen zeggen: de veiligheid van mensen in Amsterdam is zo belangrijk, we laten gewoon vanaf morgen geen auto's meer toe in de stad. Of we begrenzen alle auto's in een bepaald gebied, zodat ze gewoon niet harder kúnnen dan 30. De techniek is er al, geo-begrenzen gebeurt met deelscooters, met e-bikes. Er zijn allerlei middenwegen, die soms niet lijken te bestaan. Ze worden pas zichtbaar als je teruggaat naar die vraag: wat vinden we belangrijk?”

Hoe kunnen we daar volgens jou dan naar terug?

“Ik denk dat we onderschatten hoeveel mensen het eens zijn op het moment dat je de onderliggende waarden expliciet maakt. Het gaat om framing; technocratische termen als ‘autoluwe binnenstad’ of ‘parkeernorm’ roepen weerstand op. Maar als je uiteenzet dat je wil dat kinderen zelfstandig naar school kunnen, betekent dat gewoon dat tussen 8 en half 9 autoverkeer in woonwijken simpelweg niet dodelijk mag zijn.”

Ik voel voldoening als ik zie dat de gesprekken beter worden gevoerd, en de waarden expliciet worden gemaakt

“Framing gaat ook over het benoemen van gevaar, dat we dat zelf creëren, en hoe absurd het is dat we accepteren dat we structureel elkaar zoveel geweld aandoen.”

Dus alle verkeersveiligheidsexperts stoppen, en de focus verschuift naar het gevaar. Zie je zo'n verschuiving gebeuren in de komende vijf jaar?

“Misschien ben ik een absurdist. Maar ik ben niet naïef en ik denk ook niet dat we de wereld gaan redden. De enige manier om de toekomst te voorspellen is om het mogelijk te maken. Dus ik blijf op die drum slaan. Dat is wat ik doe met mijn stichting The Lab of Thought, met mijn lezingen, met mijn rol in het publieke debat.”

“Ik denk dat ik voldoening voel op het moment dat ik zie dat de gesprekken beter worden gevoerd, dat zowel politici als experts leren om de waarden expliciet te maken. En ja, dan kan verkeersveiligheid als vakdomein gewoon stoppen. Dan kunnen ze allemaal nuttiger werk gaan doen, het openbaar vervoer verbeteren bijvoorbeeld.”