Naar de content

Eerste stappen naar digitale autonomie

Vrij werken: NEMO

Sophia Twigt voor NEMO Kennislink

NEMO Kennislink onderzoekt binnen het thema ‘Wij zijn het web’ de weg naar digitale autonomie. Kan NEMO zelf ook onafhankelijk worden van Big Tech? ‘We staan aan het prille begin.’

3 augustus 2026

Met een piepje opent het pasje de deur naar de kantoortuin van het NEMO Science Museum. De ruimte is verlicht met witte lampen. Buiten kleuren de sneeuwwolken donkerblauw. Het is 5 januari, mijn eerste werkdag hier als stagiair. Over een grijs tapijt loop ik langs glazen hokjes waar digitale bordjes aan hangen. Sommige zijn groen: beschikbaar. Andere zijn rood: gereserveerd door een collega voor een Microsoft Teams-meeting. Na een rondje voorstellen krijg ik toegang tot mijn NEMO Microsoft Outlook-account. Ik neem plaats achter mijn bureau. Mij is één opdracht gegeven: zoek uit of NEMO zonder Big Tech kan.

Op dat moment is de Nederlandse afhankelijkheid van Big Tech volop in het nieuws. Digitale autonomie is echt hot. De Amerikaanse overname van Solvinity, het bedrijf achter DigiD, schudt het land wakker; hoe diep is Big Tech wel niet geworteld in onze infrastructuur? Wie heeft er allemaal toegang tot onze data? Er wordt gevreesd voor het grote rodeknopscenario: wat als het witte huis de Big Tech-diensten die wij afnemen op non-actief zet? Duidelijk is: we moeten loskomen van Big Tech.

En zo is ook binnen NEMO digitale autonomie een punt van aandacht. Ik begin met een kleine inventarisatie: waar is het museum afhankelijk van de grote techbedrijven? Voor mijn neus scrollt ICT-manager Gaston Breure door een Excel-sheetje met de door hem opgesomde ‘kroonjuwelen’, welgeteld 26 onderdelen, waaronder telefonie, dataopslag, webhosting en kassasystemen. Sommige zijn al onafhankelijk, andere minder. “Hier moeten wij onze energie in steken”, stelt Breure.

Jenga-toren

Vrijwel alles bij NEMO gaat via de Microsoft 365-omgeving. Om het gesprek over digitale autonomie te beginnen mail ik collega’s via Outlook, spreek ik af via Teams en leg ik bevindingen vast in gedeelde Word-bestandjes. ‘Eventjes’ overstappen zie ik niet gebeuren, want de verschillende software is nauw verbonden. Het is als een Jenga-toren die je voorzichtig uit elkaar moet trekken: het is zoeken naar een blokje dat er makkelijk uit is te schuiven.

Hoelang blijven die kleine bedrijven nog klein?

Een van die blokjes staat op de website van NEMO Kennislink. De video’s van onze website zijn verbonden met YouTube, waar het originele bestand is geüpload. Met PeerTube test ik of we een privacyvriendelijker alternatief kunnen bieden. Het is een kleine stap. Maar ook daarbij komen vragen naar boven. Komen wij nog wel hoog te staan in Google-zoekresultaten wanneer we stoppen met video’s van dochterbedrijf YouTube? Alleen het onzichtbare algoritme zal het weten.

Op eigen benen

Voor de echte sprongen om los te komen van Big Tech, is meer nodig. Ik opper Nextcloud, een kantoorsoftwarepakket dat steeds vaker als soeverein alternatief wordt gekozen. Het is software die je zelf zou kunnen draaien op je eigen server. Maar: de ICT-afdeling heeft er geen capaciteit voor, vertelt Breure. Net als vele andere organisaties, doet de afdeling vooral ‘onderhouds-ICT’ – daarbij is de capaciteit er alleen voor het onderhouden van bekende aangeleverde software, zoals Microsoft 365. Het is niet genoeg om op eigen benen te staan: zelf opzetten, draaien, beveiligen, updaten, digitale trainingen geven, inkopen doen – bij de keuze voor nieuwe software moet er een boel gebeuren. Een Big Tech-alternatief kiezen was ook recent nog ondenkbaar.

Over de schaal van de digitaal autonome alternatieven heeft Breure vragen: “Hoelang blijven die kleine partijen nog klein?” Ze hebben nu geen uitgebreide dienstverlening volgens Breure. Hij wacht tot ook zij alles op orde hebben, want zelf de problemen bij onbekende software oplossen, daar is nu geen ruimte voor bij de ICT-afdeling van NEMO. De vraag heeft een dubbele betekenis: hoe lang blijven ze nog klein? Wat als we overstappen naar het soevereine alternatief dat vervolgens wordt opgeslokt door een Big Tech-bedrijf?

Ook Michel van der Linden, hoofd financiën binnen NEMO, vindt dat de noodzaak er is om af te stappen van Big Tech, maar in zijn veld is dat niet zomaar gedaan. Sommige diensten moet NEMO nou eenmaal uitbesteden, want alles zelf draaien is onrealistisch. Dat geldt ook de voor bankrekening. “Wij zijn een stichting, dat betekent dat er extra regels zijn. Veel banken willen ons dan niet hebben”, zegt Van der Linden. Dus mocht een bank besluiten digitaal autonoom te zijn, moet NEMO ook nog hopen dat die de stichting als klant wil hebben. En ondertussen: hoe betaal je je personeel als de digitaal afhankelijke banken bevriezen? “Misschien is het tijd voor een kluis met contant geld”, grapt Breure.

Museumwereld

Het complexe web van digitale afhankelijkheid kan snel een gevoel van machteloosheid veroorzaken, maar er is een sprankje hoop. Samenwerkingsverbanden moeten het antwoord vormen, want NEMO heeft niet de capaciteit om te pionieren. Géke Roelink, algemeen directeur van het museum, zegt dat er binnen het Overleg Amsterdamse Musea (OAM) – dat is een netwerk van musea uit de hoofdstad – een samenwerking is gestart met PublicSpaces, een stichting die organisaties helpt rondom digitale autonomie. Dat kost tijd en overleg: “Dergelijke samenwerkingen opzetten duurt gewoon lang”, zegt Roelink. Maar inmiddels is het rond: een mix van zestien grote en kleine musea, waaronder het Wereldmuseum, het Van Gogh Museum en het Verzetsmuseum, gaan samen met PublicSpaces onderzoeken welke stappen zij kunnen zetten richting digitale autonomie.

NEMO gaat samen met andere Amsterdamse musea stappen zetten richting digitale autonomie.

DigiDaan voor NEMO Science Museum

Digitale autonomie speelt al langer binnen de museumwereld. “Een belangrijk dossier omvat weerbaarheid en veiligheid van culturele organisaties. Dat gaat over watersnood, oorlog, maar ook over cyberattacks”, vertelt Roelink. Denk aan de uitschakeling van datacentra, waardoor delen van het internet platliggen en dus ook de systemen die erop rusten. “In die zin komt de digitale afhankelijkheid wel aan de orde.” Dat gaat gepaard met het uitdenken van die scenario’s. “Je ziet in Scandinavië dat musea onderdeel zijn van beschermde infrastructuur. In Finland zijn er bijvoorbeeld duizenden vrijwilligers die weten welk schilderij ze moeten inpakken bij een noodsituatie. Dat soort plannen zijn nu echt een hot item.” NEMO heeft zo’n rampscenario bij een digitale aanval nog niet uitgetekend, “maar dat moeten we wel doen”, benadrukt Roelink. “Wat helpt is dat wij geen Rembrandt hebben om veilig te stellen.”

Zo bestaat de weg naar digitale autonomie vooralsnog grotendeels uit concepten en plannen. Ondertussen is er binnen NEMO wel íéts veranderd. De verouderde telefonieoplossing is ondanks het hogere prijskaartje opgefrist met een digitaal autonomer alternatief, op initiatief van Breure. Zo gebeurt het internetbellen voortaan met software van het Nederlands bedrijf Xelion, via servers gelegen in Amsterdam. Voor nu is de software ook verbonden met Microsoft Teams, maar die is in de toekomst ook los te koppelen. Roelink: “We staan nog helemaal aan het prille begin van digitale autonomie.”