Naar de content

Jongeren denken zelf mee over minder schermtijd

Vind ik (niet) leuk: co-creatie

Sophia Twigt voor NEMO Kennislink

Er wordt veel gesproken óver jongeren en hun gebruik van social media, maar weinig mét hen. Wetenschappers geven jongeren daarom een actieve rol in hun onderzoek.

14 mei 2026

In het Amsterdamse Volkshotel is het café op de benedenverdieping opgedeeld in een laptopvrije zone en een flexwerk-achtig deel, met mensen die achter hun laptop zitten. Op het moment dat Pim Widdershoven van de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam in het laptopvrije deel even snel iets wil laten zien op zijn laptopscherm, steekt de barman daar een stokje voor. “We willen dit deel echt laptopvrij houden, heren”, aldus de barman.

Het strenge beleid en de fysieke scheiding in het Volkshotel staat misschien wel voor iets groters: het verlangen om ook eens te ontsnappen aan de vele schermen in ons leven. Deze ochtend was de jonge wetenschapper voor werkzaamheden nog op een middelbare school in Lisse. Widdershoven keek met leerlingen naar hun schermtijd en zij schrokken daar zelf van. “Ze vonden het zelf ook zonde. Blijkbaar leeft het besef ook bij jongeren zelf.”

Socials zijn misschien wel de grootste tijdslurpers. Dat jongeren dagelijks op social media zitten, hoeft geen ramp te zijn, stelt Widdershoven. “Maar we zien dat socials ook worden gebruikt voor emotionele regulatie bij jongeren. Als je stress hebt of verdrietig bent, dan kan je die gevoelens vermijden met de prikkels op je telefoon.”

Emotieregulator

Widdershoven is als onderzoeker verbonden aan het BootStRaP-consortium. Het is een samenwerkingsverband van universiteiten in 9 Europese landen, die in totaal zo’n 2500 jongeren volgen. In Nederland doen 5 middelbare scholen mee. Een belangrijk onderdeel van het project is de ontwikkeling van een app die jongeren moet helpen om hun emoties te reguleren. Widdershoven en zijn internationale collega’s ontwikkelen die niet alleen op basis van de stand van de wetenschappelijke literatuur, maar betrekken ook nadrukkelijk de jongeren bij het ontwerp. “Het idee is dat wij jongeren helpen om hun emoties op een andere manier te reguleren. We willen concurreren met de smartphone als emotieregulator.”

Twee jongens en drie meisjes zitten in zomerkleren en met rugzakken om op een rijtje naar elkaar. Ze hebben allemaal een smartphone in de hand waar ze op kijken

Social media houden scholieren aan het scherm gekluisterd.

Freepik

Afleiding als je je slecht voelt is van alle tijden, legt Widdershoven uit. Denk aan dagdromen of afleiding zoeken in een tv-serie. Smartphones en socials veranderden het speelveld echter enorm. Het is veel laagdrempeliger geworden, want je smartphone haal je op elk moment uit je zak. Socials zijn bovendien als blinkende kralen voor een ekster: een strak design, leuke content en veel gebruiksgemak. “Daarnaast zijn veel socials zo gebouwd dat je steeds een dopaminerush krijgt bij nieuwe content. Het houdt jongeren aan het scherm gekluisterd.”

Dat maakt de huidige tijd uniek, aldus Widdershoven, en ook gevaarlijker. De breinen van jongeren zijn nog niet uitontwikkeld. Ze zijn daardoor – minder dan volwassenen – in staat risico’s in te schatten, grenzen te stellen en impulsen te beheersen. Ze zien dus minder goed in dat afleiding zoeken in prikkels, om af te dwalen van emoties, geen goede vorm van coping is. “Het kan leiden tot afhankelijkheid. En die afhankelijkheid kan omslaan in een verslaving.”

Om daar überhaupt het hoofd aan te bieden ontkom je er in de ogen van Widdershoven niet aan jongeren te betrekken bij mogelijke oplossingen. Co-creatie heet dat. Zo betrekt het consortium jongeren bij het bouwen van de app die helpt om op een betere manier om te gaan met emoties. “Je hebt vaak met pubers te maken met een het-zal-wel-mentaliteit. Je moet echt in hun hoofden kruipen en de app daaraan aanpassen, anders wordt het nooit een succes.” De app is in ontwikkeling en op scholen wordt getest hoe jongeren die waarderen. Ook de verspreiding vindt straks, als de app bewezen effectief en af is, plaats via scholen. “Met de app hopen we jongeren te leren wat ze voelen en hoe ze daarmee kunnen omgaan. Je moet het zien als e-health. Het is een laagdrempelige manier om echte emoties te reguleren en psychische problemen te voorkomen.”

Vuurtje

Niet alleen bij de VU betrekken ze jongeren, ook de Universiteit van Amsterdam (UvA) doet het. De Belgische wetenschapper Lise-Marie Nassen is namens de UvA betrokken bij het project SpaceTeen, ook zo’n co-creatieproject. De SpaceTeen-onderzoekers willen van jongeren weten of ze zelf vinden dat hun socialmediagebruik moet verminderen, hoe socials beter kunnen, wat alternatieven zijn voor social media, en in hoeverre jongeren hun digitale rechten kennen. Ook willen ze erachter komen waarom jongeren steeds minder fysiek afspreken en welke functie een openbare plek moet hebben om er wél samen te komen. “In de academische wereld en de maatschappij worden veel uitspraken gedaan over socialmediagebruik en jongeren”, aldus Nassen. “Tegelijkertijd weten we nauwelijks of jongeren zelf vinden dat ze minder online zouden moeten zijn.”

Sommige jongeren ervaren stress, omdat ze een streak willen behouden

Net als Widdershoven constateert ze dat de leefwereld van jongeren enorm verschilt van die van volwassen – en dat het daarom noodzakelijk is door hun ogen naar de online wereld te kijken. Zo heb je op social media zogeheten streaks, reeksen die platforms inbouwen en die gebruikers in stand moeten houden. Veel volwassenen zijn hiervan helemaal niet op de hoogte, duidt Nassen. “In Snapchat kan je bijvoorbeeld een vuurtje laten wakkeren als je als vriendengroep elke dag berichten naar elkaar stuurt. Dat is een symbool geworden van een goede vriendschap.” Vanuit academisch onderzoek weten we weinig over het effect van dit soort sociale symbolen, terwijl ze voor jongeren heel belangrijk zijn, gaat Nassen verder. Ze vertelt dat sommige jongeren hier zelfs tijdens vakanties stress van ervaren. “Dan hebben ze een streak van 600 dagen die ze willen behouden.”

Detox

Een van de co-creatie-oplossingen waarmee SpaceTeen komt, wordt waarschijnlijk een detox-app, om jongeren te helpen minder online te zijn. Jongeren ontwerpen die samen met wetenschappers en een creatief bureau. “Zulke apps zijn er al, maar die zijn gericht op volwassenen.”

Daarnaast ontwerpen jongeren via SpaceTeen hun eigen, ideale platform. De onderzoekers willen zo leren welke features van social media jongeren zelf het meest problematisch vinden. Nassen: “De opgedane kennis delen we uiteindelijk met scholen en andere maatschappelijke partijen.” Producten als de detox-app moeten uiteindelijk ook echt gebruikt gaan worden. “Dankzij co-creatie en de nauwe samenwerking met maatschappelijke partners en de creatieve bureaus denken we dat die aantrekkelijk genoeg zullen zijn om de markt mee op te gaan.”