In Mario Kart krijgen achterblijvers extra hulp om weer mee te doen. Wat als we die comeback mechanics eens gebruiken om anders na te denken over ongelijkheid in de echte wereld?
Iedereen die in Mario Kart wel eens op een essentieel moment is geraakt door een blauw schild, snapt hoe oneerlijk het spel kan zijn. Dat blauwe schild vliegt altijd op de nummer één af en slingert het doelwit een flink stuk de lucht in. Heel lullig als je net op het punt staat om over de finish te rijden…
Als je verder achteraan staat, krijg je juist sneller goeie power-ups: sterren, raketten, een gouden turbopaddestoel, alles om maar weer mee te kunnen doen. Dankzij deze comeback mechanics is Mario Kart voor iedereen leuk, ook als het niveauverschil flink is.
Turbopaddestoelen
Een onderzoeker uit de Verenigde Staten heeft nu iets interessants bedacht: wat als Mario Kart ons kan leren over ongelijkheid in de wereld? Om ongelijkheid te verminderen, zouden we volgens hem opzoek moeten naar wie er ‘achter’ staat, zodat we diegene zijn eigen gouden turbopaddestoel kunnen geven. Dat is natuurlijk erg lastig, want waar turbopaddestoelen in Mario Kart gewoon op de weg verschijnen, kosten ze in het echte leven (in de vorm van ontwikkelingshulp) veel geld.
Toch kan het handig zijn om ongelijkheid op deze manier te bekijken, omdat je dan goed snapt waarom het leuker voor de wereld is als we dit soort comeback mechanics inbouwen, in de vorm van gouden turbopaddenstoelen van rijke landen voor armere landen.
Dat arme landen een blauw schild op rijke landen moeten kunnen gooien, is een minder goed idee...
Easter eggs
In de zomertentoonstelling van NEMO zijn tien weetjes verstopt over gamen: het wetenschappelijke verhaal erachter lees je hier.

